De box 1-schijven van 2026 op een rij
Iedereen die in Nederland winst uit onderneming of loon uit dienstbetrekking geniet, betaalt inkomstenbelasting via box 1. Die belasting werkt volgens een schijvensysteem: je betaalt niet over je hele inkomen hetzelfde percentage, maar over elk opeenvolgend deel een hoger tarief. In 2026 zijn er drie schijven, tegenover vier tot en met 2023. Onder de tabel lopen we door wat elke schijf voor jou als zzp'er betekent.
| Schijf | Belastbaar inkomen | Tarief |
|---|---|---|
| Schijf 1 | Tot €38.883 | 35,75% |
| Schijf 2 | €38.883 – €78.426 | 37,56% |
| Schijf 3 | Boven €78.426 | 49,50% |
Deze percentages gelden voor je belastbare winst: je omzet minus zakelijke kosten, minus de zelfstandigenaftrek en eventuele startersaftrek, minus de MKB-winstvrijstelling. Reken dus niet met je omzet of zelfs met je brutowinst — de schijven raken pas het bedrag dat overblijft nadat al die aftrekposten zijn verwerkt. Voor de meeste zzp'ers ligt dat bedrag aanzienlijk lager dan wat er op de bankrekening binnenkomt.
Marginaal versus effectief tarief: het verschil dat zzp'ers vaak mist
Twee termen zorgen voor de meeste verwarring bij het lezen van een schijventabel: het marginale tarief en het effectieve tarief. Het marginale tarief is het percentage dat je betaalt over de laatste euro die je verdient. Val je met je winst in de tweede schijf, dan is je marginale tarief 37,56% — niet omdat je over je hele winst dat percentage betaalt, maar omdat elke extra euro die je dit jaar nog verdient tegen dat tarief wordt belast.
Het effectieve tarief is iets heel anders: de totale belasting die je uiteindelijk betaalt, gedeeld door je totale winst. Omdat de eerste schijf altijd tegen het laagste percentage wordt belast, en pas het deel boven €38.883 (en eventueel boven €78.426) tegen een hoger tarief, ligt je effectieve tarief bijna altijd lager dan je marginale tarief. Tel daar de zelfstandigenaftrek, de MKB-winstvrijstelling en de heffingskortingen bij op, en het verschil wordt nog groter.
Een klein voorbeeld maakt het verschil tastbaar. Stel je belastbare winst is €50.000. Je marginale tarief is 37,56%, want de laatst verdiende euro valt in de tweede schijf. Maar over de eerste €38.883 betaal je slechts 35,75%, en alleen over de resterende €11.117 betaal je 37,56%. Reken je dat om naar een percentage van je totale winst, dan kom je uit op ongeveer 35,95% vóór heffingskortingen — merkbaar lager dan de 37,56% die je misschien had verwacht. Na verrekening van de heffingskortingen (waarover verderop meer) ligt het werkelijke, effectieve percentage nog een stuk lager. Dit verschil is precies waarom veel zzp'ers denken dat ze in een hogere schijf 'vallen' en daardoor meer moeten reserveren dan nodig is.
Rekenvoorbeeld 1: €45.000 winst
Stel je hebt in 2026 een winst uit onderneming van €45.000, je voldoet aan het urencriterium en hebt recht op de volledige zelfstandigenaftrek van €1.200 (geen startersaftrek in dit voorbeeld). Zo ziet de berekening eruit, stap voor stap.
Stap 1 — grondslag na ondernemersaftrek: €45.000 − €1.200 = €43.800.
Stap 2 — MKB-winstvrijstelling (12,70%): 12,70% × €43.800 = €5.562,60, vrijgesteld van belasting.
Stap 3 — belastbare winst: €43.800 − €5.562,60 = €38.237,40. Dit bedrag valt volledig in de eerste schijf, want het blijft onder €38.883.
Stap 4 — belasting vóór heffingskortingen: €38.237,40 × 35,75% ≈ €13.669,87. Je marginale tarief is hier dus 35,75%, en omdat je volledige belastbare winst in de eerste schijf valt, is je effectieve tarief vóór heffingskortingen exact hetzelfde: 35,75%.
Stap 5 — heffingskortingen. Bij een inkomen van €45.000 is je arbeidskorting nog niet aan het afbouwen (dat begint pas boven €45.592), dus je krijgt het volledige maximum van €5.712. De algemene heffingskorting bouwt tussen €29.736 en €78.426 lineair af; bij €45.000 inkomen ben je ongeveer 31% van dat afbouwtraject onderweg, wat neerkomt op een korting van ruwweg €2.100 (in plaats van het maximum van €3.115). Samen ontvang je dus circa €7.812 aan heffingskortingen.
Netto verschuldigde belasting: €13.669,87 − €7.812 ≈ €5.858. Dat komt neer op een effectief tarief van slechts ongeveer 13% van je oorspronkelijke winst van €45.000 — fors lager dan de 35,75% marginale tarief waarmee je rekende.
Rekenvoorbeeld 2: €90.000 winst
Nu een voorbeeld met een hogere winst, waarbij je met een deel van je inkomen in de hoogste schijf terechtkomt. Stel je winst uit onderneming is €90.000, met dezelfde volledige zelfstandigenaftrek van €1.200.
Stap 1 — grondslag na ondernemersaftrek: €90.000 − €1.200 = €88.800.
Stap 2 — MKB-winstvrijstelling (12,70%): 12,70% × €88.800 = €11.277,60.
Stap 3 — belastbare winst: €88.800 − €11.277,60 = €77.522,40. Dit bedrag blijft net onder de grens van €78.426, dus valt het nog volledig binnen de eerste twee schijven.
Stap 4 — belasting per schijf:
- Schijf 1: €38.883 × 35,75% ≈ €13.900,67
- Schijf 2: (€77.522,40 − €38.883) = €38.639,40 × 37,56% ≈ €14.516,42
- Totaal vóór heffingskortingen: €28.417,09
Je marginale tarief ligt hier op 37,56%, want de laatste verdiende euro valt nog net in de tweede schijf. Je effectieve tarief vóór heffingskortingen is €28.417,09 gedeeld door de oorspronkelijke winst van €90.000, ofwel ongeveer 31,6% — al een stuk lager dan het marginale tarief van 37,56%.
Stap 5 — heffingskortingen. Bij een inkomen van €90.000 ben je ver voorbij de afbouwgrens van de arbeidskorting (€45.592), waardoor je nog maar ongeveer €2.800 van het maximum van €5.712 overhoudt. De algemene heffingskorting is bij dit inkomen al volledig afgebouwd tot €0, want de afbouw eindigt bij €78.426. Met alleen die resterende arbeidskorting daalt de verschuldigde belasting naar ongeveer €25.609. Dat is een effectief tarief van circa 28,5% over je totale winst van €90.000 — nog altijd ruim negen procentpunt onder je marginale tarief van 37,56%, en ver onder het toptarief van 49,50% waar je met dit inkomen nog niet eens aan toekomt.
Wat opvalt in beide voorbeelden: hoe hoger je winst, hoe kleiner het effect van de heffingskortingen wordt (ze bouwen immers af) en hoe dichter je effectieve tarief het marginale tarief nadert. Bij een winst van €45.000 zit er nog bijna 23 procentpunt tussen marginaal en effectief; bij €90.000 is dat al geslonken tot ongeveer 9 procentpunt. Dat patroon is precies waarom een vuistregel als 'reserveer 35% van je winst' voor lagere inkomens al snel te hoog is, en voor hogere inkomens juist krap kan zijn.
Moneybird
Facturen versturen?
Moneybird maakt factureren eenvoudig. 120 dagen gratis proberen.
Start gratis →
Arbeidskorting: korting op werk, ook als zzp'er
De arbeidskorting is een heffingskorting die iedereen krijgt die inkomen uit werk geniet — winst uit onderneming telt daarvoor mee, net als loon uit dienstbetrekking. In 2026 bedraagt de maximale arbeidskorting €5.712. Bij lage inkomens loopt de korting eerst op naarmate je meer verdient, tot je bij het maximum uitkomt.
Zodra je inkomen boven €45.592 uitkomt, wordt de arbeidskorting weer afgebouwd: voor elke euro die je boven dat bedrag verdient, daalt de korting met een vast afbouwpercentage. Deze afbouw loopt door tot de arbeidskorting volledig is verdwenen, wat rond een inkomen van €132.920 het geval is. Verdien je meer dan dat bedrag, dan ontvang je geen arbeidskorting meer.
Voor de meeste zzp'ers met een winst tussen de €40.000 en €90.000 betekent dit dat je ergens middenin het afbouwtraject zit: je krijgt een deel van het maximum, maar niet het volledige bedrag van €5.712. Omdat de arbeidskorting automatisch via je aangifte inkomstenbelasting wordt verrekend, hoef je er zelf niets voor aan te vragen — maar het is wel goed om te weten dat een hogere winst niet alleen meer belasting in een hogere schijf betekent, maar ook een kleinere heffingskorting.
Heffingskorting: de algemene heffingskorting uitgelegd
Naast de arbeidskorting bestaat er de algemene heffingskorting, die niet is gekoppeld aan werk maar aan iedereen met een inkomen in box 1 toekomt. In 2026 is de maximale algemene heffingskorting €3.115. Anders dan de arbeidskorting bouwt deze korting al af vanaf een relatief laag inkomen: zodra je belastbaar inkomen boven €29.736 uitkomt, daalt de algemene heffingskorting geleidelijk.
De afbouw is lineair en eindigt bij een inkomen van €78.426 — toevallig precies de grens waar ook de hoogste box 1-schijf begint. Verdien je €78.426 of meer, dan is je algemene heffingskorting volledig verdwenen en ontvang je hem niet meer. Dat betekent dat zzp'ers die met hun winst in de derde schijf terechtkomen, geen van beide belangrijkste heffingskortingen nog voor het volledige bedrag ontvangen: de algemene heffingskorting is dan al op nul, en de arbeidskorting is stevig afgebouwd.
Samen met de arbeidskorting bepaalt de algemene heffingskorting in belangrijke mate waarom je effectieve belastingdruk als zzp'er lager uitvalt dan de kale schijventarieven suggereren — vooral bij winsten tot ongeveer €70.000 à €80.000. Bij hogere winsten neemt dat verzachtende effect juist af, precies op het moment dat je in het toptarief van 49,50% terechtkomt. Het loont dus om bij het reserveren van belastinggeld niet alleen naar de schijven te kijken, maar ook naar waar je in het afbouwtraject van beide heffingskortingen zit.
Veelgestelde vragen
Wat zijn de box 1 belastingschijven in 2026?
Tot €38.883: 35,75%. Van €38.883 tot €78.426: 37,56%. Boven €78.426: 49,50%.
Wat is het verschil tussen marginaal en effectief belastingtarief?
Het marginale tarief is het percentage dat je betaalt over de laatste verdiende euro; het effectieve tarief is de totale belasting gedeeld door je totale winst, en ligt door aftrekposten en de progressieve schijven meestal lager dan het marginale tarief.
Wat is arbeidskorting?
Arbeidskorting is een heffingskorting die iedereen met inkomen uit werk krijgt, met een maximum van €5.712 in 2026, die na een bepaald inkomen weer wordt afgebouwd.
Wat is heffingskorting?
Heffingskorting is een korting op de te betalen belasting. De algemene heffingskorting (maximaal €3.115 in 2026) geldt voor iedereen met inkomen, naast specifieke kortingen zoals de arbeidskorting.